De Hemerocallis is een vaste plant uit het geslacht Hemerocallis die in zijn oorspronkelijke wilde vorm afkomstig is uit Azië.

Het geslacht Hemerocallis bevat een relatief klein aantal soorten. In de 18de eeuw benoemde Linnaeus het geslacht Hemerocallis en bracht het onder bij de leliefamilie (de Lillaceae, waaronder toen bijvoorbeeld ook de hosta’s en de ‘gewone’ lelies vielen).

In 1985 werd de Hemerocallis geclassificeerd onder de Hemerocallidaceae familie.

De vroegste verwijzigen naar deze planten komen uit de tijd van Confucius (551-479 voor Chr.) en de eerste planten (Hemerocallis lilioasphodelus en Hemerocallis fulva) arriveerden waarschijnlijk in de eerste helft van 1500 in Europa. De eerste beschrijvingen zijn gedaan door de Europese kruidkundigen Clusius (1525-1609), Lobel (1538-1616) en Gerard (1545-1612).

Vooral de laatste 200 jaar is het assortiment uitgebreid door de ontdekking van vele overige soorten.

De eerste kruising (cultivar) is geïntroduceerd eind 19de eeuw en was een kruising tussen Hemerocallis lilioasphodelus en Hemerocallis middendorffii. George Yeld introduceerde deze plant (Hemerocallis Apricot) in 1893.

Vanuit Europa is de Hemerocallis terecht gekomen in Amerika, het land waar de plant nu van een ongekende populariteit geniet.






















Een Hemerocallis een éénzaadlobbige polvormende vaste plant.

Éénzaadlobbig wil zeggen dat de plant bij het ontkiemen van het zaad één kiemblad krijgt. De wortels van deze plant zijn veelal dik en vlezig en worden door de plant gebruikt als buffer voor voedsel en water. De wortels vormen een compacte kluit waarbij de wortels vanuit de kroon eerst zijwaarts en dan naar beneden groeien. Als een cultivar afkomstig is uit Hemerocallis fulva en/of Hemerocallis lilioasphodelus kan deze zowel een compacte kluit vormen en zich met behulp van uitlopers (zogenaamde wortelstokken) over kleine afstanden verspreiden.

Vanuit de groeipunten op de kroon komt het lintvormige blad van de Hemerocallis.

Het blad is glad of licht geribbeld en vormt een waaier vergelijkbaar met de bladvorm van een preiplant. Het blad is licht- tot donkergroen en er is minimaal één cultivar bekend met bont blad (Hemerocallis Golden Zebra). De Hemerocallis wordt in ons klimaat onderverdeeld in een drietal classificaties met betrekking tot het gedrag van het blad in de winter. Ten eerste is er de bladverliezende Hemerocallis waar in het (late) najaar het blad bovengronds afsterft en pas in het voorjaar weer boven de grond komt.

De bladhoudende Hemerocallis daarentegen behoudt de gehele winter zijn blad en wordt daarom ook wel wintergroen genoemd.

Een tussenvorm is de gedeeltelijk bladverliezende Hemerocallis, die in een strenge winter zijn blad volledig ziet afsterven maar in een milde winter (gedeeltelijk) niet.

Een bladverliezende plant neem in de winter een rustperiode om in het voorjaar met volle kracht weer tevoorschijn te komen.

De bladhoudende en gedeeltelijk bladverliezende planten groeien in de winter bij de juiste omstandigheden gewoon door ookal gaat het tempo omlaag. De bladhoudende Hemerocallis heeft het bij ons moeilijker dan de bladverliezende, omdat de vorst- en dooicycli een aanslag plegen op de plant. Dat wil niet zeggen dat ze niet winterhard zijn, maar geeft slechts een indicatie van welke planten het beter doen.

De classificatie (gedeeltelijk) bladhoudend heeft dus niet direct invloed op de winterhardheid en er kan dus zeker niet gesteld worden dat bladhoudende Hemerocallissen niet winterhard zijn. Ook niet winterharde Hemerocallissen zijn de moeite waard ookal hebben ze een verwarmde kas nodig om te overleven.






















De bloemen van de Hemerocallis doen de naam van de plant eer aan.

Het is werkelijk een schoonheid voor één dag. Één dag is echter wel een beetje verwarrend en voor veel mensen is het een reden om deze mooie plant niet in hun tuin op te nemen. Alhoewel de meeste Hemerocallissen inderdaad maar één dag bloeien (in feite soms meer dan 24 uur) krijgt een plant zoveel bloemen dat er tussen de 4 en 6 weken bloei te bewonderen valt.

Daarnaast beginnen de eerste al in mei te hun bloemenpracht te tonen en de laatste geven eind augustus / begin september nog een nagift. Met een beetje plannen heb je dus een bloeiende Hemerocallis in je tuin van het late voorjaar tot de vroege herfst.

De bloemen van de Hemerocallis bestaat uit drie kelkbladeren (onderkant) en drie kroonbladeren (bovenkant). Soms heeft een bloem meer bloembladeren (bijvoorbeeld 7 kelk en 7 kroonbladeren, zie ook onderstaande foto van Hemerocallis ‘Ruby Spider’), meeldraden en stampers dan normaal.

Een dergelijke bloem wordt een polypetaal genoemd.

Meestal is dit echter niet het normale uiterlijk van de bloem van die specifieke cultivar, maar er zijn er ook die heel consistent zijn met het geven van polypetaal bloemen.

De bloemen hebben een diameter van 3 cm tot meer dan 28 cm en zijn er met een bijna ronde vorm tot een stervorm. Vanuit de keel van de bloem komt één stamper (het vrouwelijke orgaan) en een zestal meeldraden (de mannelijke organen). Aan het eind van de stamper zit de stempel en aan het eind van de meeldraden de helmknoppen met daarop het stuifmeel.

De bloemen ontstaan vanuit bloemknoppen die aan lange bloemstengels zitten.

De bloemknoppen beginnen als kleine bijna ronde bolletjes en groeien langzaam langer en worden buisvormig. Er zijn ook Hemerocallissen die geuren. De bloemstengels komen vanuit de kroon van de Hemerocallis en zijn rechtopstaand. De dikte van de bloemstengels kan per soort of cultivar verschillen, maar gaat van minder dan een ½ cm tot maximaal 5 cm.

Dat laatste heb ik nog nooit gezien, maar het schijnt voor te komen. Ook de hoogte is variabel en begint bij 4 cm en loopt door tot wel meer dan 2 meter. De gemiddelde lengte van de bloemstengels bij de Hemerocallis cultivars ligt zo tussen de 60 en 70 cm. De meeste Hemerocallissen hebben bloemstengels die hun bloemen boven het blad dragen.

Er zijn er echter ook die hun bloemen in het blad tonen zoals Hemerocallis ‘Stella d’Oro’.

Ik prefereer de planten met bloemstengels langer dan het blad. Aan de uiteinden van de bloemstengel vertakt de Hemerocallis en vormen zich de bloemknoppen.

Des te meer vertakking en een goede spreiding van deze vertakking (d.w.z. regelmatig en niet alleen aan de top) geeft in het algemeen meer bloemen. Voor een bloemenpracht is het aantal bloemstengels, de vertakking en het aantal bloemknoppen (budcount op zijn Amerikaans) van groot belang. Veel kwekers schenken bij het ontwikkelen van nieuwe cultivars dan ook veel aandacht aan dit onderdeel van de Hemerocallis.























Er zitten veel verschillen in de vorm van de bloem van de Hemerocallis.

Er zijn veel cultivars met een bijna rond vooraanzicht, maar er zijn er ook velen waarbij de bloem een meer driehoekige vorm kent.

Deze twee vormen kenmerken zich door het feit dat de bloembladeren breed zijn en elkaar (voor een groot gedeelte) overlappen.

Indien de bloembladeren zich niet of slechts gedeeltelijk overlappen hebben we het respectievelijk over een spinachtige vorm of een stervormige bloem.

De spinachtige vorm wordt spider of spidervariant genoemd. Alleen bloemen met een kroonbladlengte:kroonbladbreedte verhouding van de bloembladeren van 5:1 of meer wordt een spider genoemd, de overige zijn spidervarianten.

Een voor mij van groot belang zijnde bloemvorm is de zogenaamde bijzonder vorm. Een bijzondere vorm (UFO) voldoet niet aan de eisen van de spider en heeft kenmerkende gekrulde/gedraaide en/of opvallend spatelvormige kelk- en/of kroonbladeren. De bijzondere vorm is echter wel de vorm die de Hemerocallis een zeer exotisch uiterlijk geeft. Afsluitende zijn er nog de zogenaamde gevulde bloemen.

Dit zijn Hemerocallissen met meer dan 6 bloembladeren, hierbij kunnen bijvoorbeeld de meeldraden het uiterlijk van een bloemblad hebben aangenomen. Van de gevulde vorm zijn er meerdere te onderscheiden, zoals de volledig gevulde vorm, de halfgevulde vorm, de gekuifde vorm, de bloem in bloem vorm en de popcorn vorm. In ons klimaat zijn lang niet alle gevulde vormen ook consistent gevuld en tonen ze zich alleen bij warm weer.

Gevulde bloemen worden doubles genoemd. Het zijaanzicht van de bloem kent ook een viertal basisvormen, namelijk: trompetvorm, klokvorm, platte vorm of teruggerolde vorm.

De trompetvorm is een buisachtige bloemvorm waarbij het binnenste van de bloem veelal niet zichtbaar is.

In feite wordt een groot gedeelte van de bloem bij de trompetvorm gevormd door de keel van de bloem.

Bij de klokvorm waaieren de bloembladeren uiteen na een relatief korte keel van de bloem. Indien de bloembladeren bijna geen keel hebben en gelijk zeer wijd openen spreken we van een platte vorm. Bij de teruggerolde vorm krullen de bloembladeren naar achteren.

Het mooiste zijaanzicht is voor mij de teruggegooide vorm, omdat deze naar mijn mening een meer exotische vorm is dan de andere zijaanzichten. Een andere in het oog springende kenmerk van een Hemerocallis met uiterlijke gevolgen zijn de randvormen van vooral de kroonbladeren. Een bloemblad kan gegolfde, gekartelde of geplooid zijn.

Een opvallende verschijning zijn de zongenaamde haaietanden, die de bloem een gekarteld uiterlijk geven.


Kleur is altijd een belangrijk en vaak allesbepalend kenmerk van een bloem en daardoor jammerlijk genoeg ook voor de gehele plant. Bij de Hemerocallis zijn vele verschillende kleurtinten terug te vinden in de bloemen, van bijna wit tot bijna zwart (of zijn dat geen kleuren?). Als je teruggaat naar de oorsprong van de Hemerocallis is het bijna niet te geloven dat al deze kleuren voortgekomen zijn uit het gele, (vaal) oranje en roze van de soorten. Paars, rood, geel, crème en groen zijn kleuren die voorkomen in het pallet van de moderne Hemerocallis. De huidige kwekers zijn echter nog steeds op zoek naar het pure wit en het echte blauw in de bloem van de Hemerocallis. Maar ook dit zijn kleuren die nu langzaam maar zeker tevoorschijn komen in de nieuwste introducties.

De kleur van de Hemerocallis is effen (kroon- en kelkbladeren één en dezelfde tint), een mengsel (twee gelijkmatige over de bloembladeren verdeelde vermengde kleuren), polychroom (verschillende kleuren verspreid over alle bloembladeren), tweekleurig (kroon- en kelkbladeren hebben verschillende kleuren) of tweetonig (kroon- en kelkbladeren hebben verschillende tonen van dezelfde kleur). De bloemsubstantie is de dikte van de bloembladeren.

De bloemen van de Hemerocallis hebben van zeer dunnen tot redelijk dikke bloembladeren. Afhankelijk van de dikte van het bloemblad is een Hemerocallis beter bestand tegen warmte (dik) of komt een kleur meer of beter (dun) tot uitdrukking. Een dun bloemblad wordt sneller lelijk in de loop van de dag dan een dik bloemblad. Het oppervlakte van een bloemblad kan glad zijn, ruw, rimpelig, wasachtig of generfd zijn.

Ook de oppervlakte van de bloem is van belang voor de kleur omdat een glad oppervlakte kleur beter en intenser weergeeft dan een ruw oppervlak. Een Hemerocallis kan ook ogen banden of andere tekeningen op de bloemen hebben.


De eerste Hemerocallissen beginnen in het voorjaar te bloeien en de laatste bloeien door tot de eerste vorst zich aankondigt Een Hemerocallis bloeit gemiddeld tussen de 4 en 5 weken met uitschieters naar beneden en naar boven.

Om het ons gemakkelijk te maken zijn de meeste moderne cultivars voor ons geclassificeerd in de volgende bloeitijden: extra vroeg (EV), vroeg (V), vroeg tot midden (V-M), midden (M), midden tot laat (M-L), laat (L) en zeer laat (ZL).

Het midden representeert de hoogbloei in uw tuin, d.w.z. zo rond begin tot eind juli. De indeling van de planten in een dergelijke bloeitijd is afhankelijk van het weer en de plek waar u woont.

Eenzelfde cultivar kan in Limburg eerder bloeien dan in Groningen en in het ene jaar bloeit dezelfde plant weken eerder (of later) dan het daaropvolgende jaar. Ik classificeer mijn Hemerocallissen naar V, V-M, M, M-L en L, waarbij ik de twee uitersten weglaat omdat deze classificatie naar mijn mening weinig zin heeft. Er is dus een Hemerocallis te vinden van het (vroege) voorjaar tot het (late) najaar en u hoeft dus alleen in de winter echt verstoken blijven van deze mooie bloemen. Maar dan biedt het fotoboek en het internet weer voldoende uitkomst.

Een Hemerocallis heeft m.b.t. het bloeien nog één kenmerk die van groot belang kan zijn, namelijk de herbloei. Herbloei betekent dat een waaier nieuwe bloemstengels geeft als de vorige uitgebloeid zijn, wat een verlenging van het bloeiseizoen van één plant met zich meebrengt. Lang niet alle Hemerocallissen geven herbloei en in ons koeler klimaat komt het zelfs nog minder voor omdat herbloei om een langere warme periode vraagt.

De vormen van herbloei zijn: snelle herbloei (gelijk één nieuwe set van bloemstengels nadat de eerste set is uitgebloeid), normale herbloei (één nieuwe set van bloemstengels nadat de plant een korte rustperiode heeft genomen) en doorbloei (bijna constant produceren van nieuwe bloemstengels). Herbloei is een kenmerk dat bij het kruisen veel terecht veel aandacht krijgt, omdat het de bloeitijd van een Hemerocallis aanmerkelijk kan verlengen.Als je bij een goede kwekerij in de catalogus de Hemerocallissen opzoektstaat er altijd dip of tet achter een cultivar. Ook de echte verzamelaar weet van zijn planten te vertellen welke dip of tet zijn. Dip is de afkorting voor diploïde en tet staat voor tetraploïde.

Een diploïde Hemerocallis heeft een dubbele set van 11 chromosomen (22 dus) en een tetraploïde een vierdubbele set (44 dus). Het normale en natuurlijke aantal chromosomen bij een Hemerocallis is 22.

Alleen door menselijke interventie kan een tetraploïde vorm van de Hemerocallis ontstaan.

Chromosomen zijn de kleine deeltjes binnen de celkern die allesbepalend zijn voor de erfelijke eigenschappen. Een diploïde Hemerocallis kan daardoor bijvoorbeeld niet gekruist worden met een tetraploïde Hemerocallis. Ze zijn gewoonweg niet compatibel.

Een tetraploïde Hemerocallis heeft veelal een dikkere bloemblad substantie maar een diploïde Hemerocallis heeft intensere kleuren en is sierlijker.

Dit verschil is echter langzaam aan het verdwijnen omdat veel oorspronkelijk diploïde cultivars omgezet worden naar een tetraploïde variant en gebruikt worden voor kruisingen. Om het chromosomenaantal te veranderen kan gebruik gemaakt worden van colchicine, een zwaar giftige alkaloïde uit de herfsttijloos (Colchicum autumnale).

Er zijn echter ook andere stoffen in de handel waarmee de verdubbeling van het aantal chromosomen bereikt kan worden.

De wijze van converteren is niet zo gemakkelijk maar op het internet zijn beschrijvingen te vinden. In het begin is er veel verzet geweest tegen de introductie van tetraploïde Hemerocallissen maar op dit moment worden er meer tetraploïde planten gekruist en geïntroduceerd dan diploïde. Er zijn ook triploïde Hemerocallissen, d.w.z. planten met een driedubbele set chromomen (33 dus), maar deze komen alleen bij sommige soorten voor en zijn in principe niet vruchtbaar.